"Ik ben altijd graag landbouwer geweest! ’t Is ne schone stiel, de boerenstiel. Een stiel ook die iedereen nodig heeft; hoe zou je anders aan graan geraken, aan aardappelen, of melk, of vlees? Maar spijtig genoeg maken ze ’t de boeren van vandaag niet gemakkelijk meer, hé? Die gasten van Brussel vinden van alle soorten regeltjes en wetten uit, waaraan de boeren moeten voldoen, pfff… Moest je me vragen of ik de stiel zou aanraden aan de jonge mensen van tegenwoordig… ik zou toch twijfelen!
Ik ben geboren op 31 oktober 1934 in een landbouwersgezin, niet ver van de vijver van Zillebeke. Mijn grootvader was ook landbouwer; ’t zat in de familie, van generaties ver!
Mijn vader had goed zijn best gedaan, want we waren met negen kinderen! Zelfs méér, maar ja, toen stierven sommige kinderen soms nog heel jong, hé! Zoals mijn zusje… tja…
In 1940 begon de oorlog, ‘k heb dat allemaal meegemaakt, maar ‘k vond dat niet plezant. We zijn gevlucht naar Stavele, in de streek van Vleteren. Maar een tijdje later zijn we toch kunnen terugkeren naar ’t hof in Zillebeke.
Ik volgde toen de lagere school in Zillebeke, en daarna trok ik naar ’t college in Ieper. ‘k Heb daar een jaar of drie gezeten, maar op een bepaald ogenblik was de knecht van bij ons thuis weggegaan en stelde mijn vader voor dat ik zou stoppen met de school en zou komen helpen op ’t hof. En eerlijk gezegd, ik ging niet zo graag naar school en was blij dat ik ermee kon stoppen. Ik was dus een jaar of 14-15 toen ik met de boerenstiel ben begonnen en ‘k ben het heel mijn leven blijven doen.
Maar ‘k moet toegeven dat het me speet (en mijn ouders hebben dat ook toegegeven) dat ik na mijn lagere school niet naar de ‘vakschool’ ben geweest. Ik ging er meer bijgeleerd hebben, misschien ook een stiel en, wie weet, het misschien verder gebracht hebben. Maar goed, ik heb de keuze gemaakt om landbouwer te worden en ‘k heb het eigenlijk wel altijd graag gedaan.
Later kwam ik dan ‘in kennis’ met Frieda Boudry, we trouwden en vestigden ons in Brielen op een boerderij, waar we melkkoeien en varkens kweekten, en graan, aardappelen en bieten verbouwden. Melkkoeien molken we nog met de hand! Soms hielden we ook de mooiste koeien voor ’t vlees.
Rond Pasen dit jaar is Frieda overleden, spijtig genoeg. Ik verbleef een tijdje in het woonzorgcentrum Zonnelied in Ieper, maar mijn broer en zus zaten hier in Elverdinge.
En toen Frieda er niet meer was, ben ik verhuisd naar Home Vrijzicht; zo bleef ik in nauw contact met mijn broer André en mijn oudste zuster Irène. Mijn broer had de kamer hier rechtover mij, maar is intussen ook gestorven.
Mijn zus zie ik bijna elke dag; daar ben ik blij om. En de kinderen (ons drie dochters, Joseline, Claudine en Martine) en de kleinkinderen komen ook af en toe op bezoek. Die kleinkinderen zijn natuurlijk geen kleine kindjes meer, ze gaan al gaan werken, maar ‘k zie ze wel regelmatig. Dat is mooi."
Joseph Vandenbroucke, bewoner